Kleuteronderzoek:

Kinderen ontwikkelen zich fasegewijs. Een kind kan de kalenderleeftijd hebben om naar groep 3 te gaan, maar  nog niet `rijp` zijn voor de cognitieve leerprocessen in groep 3. Dit kan leiden tot onnodige (leer)problemen. Bij kinderen met een aanleg voor een visuele leerstrategie, ook wel beelddenken genoemd, zien we vaak een wat vertraagde rijping.

Kenmerken van (peuters) en kleuters met een mogelijk visuele leerstrategie:

  • komen vaak laat tot spreken en hun manier van spreken blijft vaak lang gebroken. Ze spreken volgens een eigen ontwikkelde woordenschat, doordat ze de gehoorde taal aanpassen aan hun beelden. Woorden worden zo vervormd, dat er een beeld bij gevormd kan worden: ze voegen een persoonlijke betekenis aan het woord toe (stokkontakt, pannestoel). Ze spreken daarbij veelal binnensmonds.
  • vertonen, als ze onverwacht gestoord worden in hun spel, paniekreacties en/of driftbuien.
  • hebben problemen bij het automatiseren van bepaalde motorische vaardigheden: bijv. leren lopen, evenwicht bewaren, leren fietsen, eten met mes en vork.
  • hebben een vertraagde of te snelle reactie op dingen die gezegd worden.
  • hebben een voorkeur voor intensieve spelactiviteiten, vooral naar het constructiemateriaal en rollenspelen.

Werkwijze

Het kleuteronderzoek wordt bij voorkeur in samenspraak met school, aangevraagd door ouders/verzorgers. Na een intakegesprek met de ouder(s) komt het kind voor het onderzoek dat ongeveer 1½ uur duurt. Onderdelen van het onderzoek zijn onder andere het bouwen met wereldspel, het bekijken van de leesvoorwaarden en de rekenvoorwaarden en deschoolrijpheidsfasen-test van Vervaet. Naar aanleiding van de bevindingen en advies, wordt een verslag gemaakt en dit wordt besproken met de ouders/verzorgers in een eindgesprek

Voor meer informatie of een vrijblijvend informatiegesprek, neemt u gerust contact op.

“Nobody else can make anybody else learn anything. You cannot make them. Anymore than if you are a gardener you can make flowers grow, you don’t make the flowers grow. You don’t sit there and stick the petals on and put the leaves on and paint it. You don’t do that. The flower grows itself. Your job, if you are any good at it, is to provide the optimum conditions for it to do that, to allow it to grow itself.”

Ken Robinson